LCGW

Mis niet langer het laatste LCGW nieuws

E-mail: *

:

  • nieuwsbrief algemeen
  • nieuwsbrief noord
  • nieuwsbrief oost
  • nieuwsbrief west
  • nieuwsbrief zuid
  • lcgwcongress



13-06-2016 12:00

Het is duidelijk dat, door de bank genomen, gemeenten gelden overhouden over het eerste jaar dat zij de verantwoordelijkheid hebben gekregen voor een aantal taken in het sociale domein. Toen dit eenmaal duidelijk werd begon gelijk een nationale discussie waarin, ook weer door de bank genomen, schande wordt gesproken over dit feit. De teneur lijkt te worden dat gemeenten of te veel hebben geknepen in de uitgaven en dus het beleid op de helling moet, ofwel dat gemeenten alsnog te veel geld van het Rijk hebben gekregen en dus nog wel verder gekort zouden kunnen worden. Het debat dient in mijn ogen, wel in het juiste perspectief geplaatst te worden. De hijgerigheid om gelijk stelling te nemen dient even in de wachtstand gezet te worden om ruimte te creëren voor een inhoudelijk debat, die als uitkomst moet hebben: “Hoe komen we tot een daadwerkelijke verbeterslag binnen het sociale domein, waarbij we de zelfraadzaamheid van onze burgers nog verder kunnen versterken en de basale zorg voor onze burgers in stand kunnen houden. In dit artikel wil ik aangeven dat hiervoor alle aanleiding is en dat hiervoor ook volop kansen liggen.

Het jaar 2015 is het eerste jaar dat de zgn. transitie van het sociale domein werkelijkheid is geworden. Hiermee werd een van de grootschaligste invoeringsoperaties ooit afgerond. De gemeenten kregen de verantwoordelijk voor de jeugdzorg en passend onderwijs. Ook de AWBZ functie begeleiding en de uitvoering van de nieuwe Participatiewet gingen onderdeel uitmaken van het gemeentelijke takenpakket. In de maanden daaraan voorafgaand hebben gemeenten alle zeilen bij moeten zetten om op tijd klaar te zijn. Veel was tot op het laatste moment onduidelijk, zowel in de zin van wat nu precies de taken en verantwoordelijkheden van de gemeenten zouden zijn, als ook het geld wat naar de gemeenten toe zou komen. Vanuit die onzekerheid en onder enorme tijdsdruk hebben veel gemeenten toen gekozen voor een behoedzame inrichting van die nieuwe taken, maar hebben ze ook veelal een financiële buffer gecreëerd. Juist vanuit zorg voor haar inwoners. Het doel was dus niet om geld over te houden, maar het doel was juist om enerzijds goede zorg te bieden maar anderzijds ook goed algemeen financieel beleid te voeren. Geen enkele gemeente wil een begrotingsjaar afsluiten met een (groot) tekort, zeker niet na een aantal uiterst magere jaren waarbij financiële buffers behoorlijk uitgeput zijn geraakt. Maar ook wil geen enkele gemeente dat er in de gemeente schrijnende situaties voorkomen van mensen die verstoken blijven van de noodzakelijke zorg. En zo geschiedde.

Het hele jaar 2015 (het eerste jaar) overziende mogen we gerust stellen dat de gemeenten het er lang niet zo slecht vanaf hebben gebracht als van tevoren was verondersteld. De meeste commotie die ontstond concentreerde zich rondom de uitvoering door de Sociale VerzekeringsBank, waarbij juist veel gemeenten bereid zijn gebleken om in schrijnende situaties een oplossing te willen bieden. Was iedereen dan zeer tevreden? Nee zeer beslist niet. Velen hebben de zorg die zij gewend waren zien afnemen, terwijl juist hun behoefte aan zorg toenam, en dat doet pijn, soms zelfs onnoemlijk veel pijn. Het is allemaal schraler geworden. Maar we moeten ook eerlijk blijven, dit is precies waar we op gekoerst hebben.  Er moest steeds meer geld richting de zorg en dreigde daarmee onbetaalbaar te worden. Anders gesteld; de (rijks)overheid was niet bereid om meer geld uit te trekken maar wilde juist bezuinigen. Het roer moest om, zowel in structuur als cultuur. Ziedaar de geboorte van de transities en transformatie in het sociale domein. Daarbij mag niet vergeten worden dat allen zich toen terdege hebben gerealiseerd dat de transitie, het feitelijk regelen, slechts de eerste stap zou zijn. Die stap zou gevolgd moeten worden door de transformatie, de cultuuromslag, zowel bij de overheid, de (zorg)instellingen als ook de samenleving als geheel.

 

Van deze tweede stap, de meest omvangrijke als ook de moeilijkste, is nog maar weinig terecht gekomen. Vooralsnog zijn door meeste gemeenten de gebaande paden vanuit het verleden bewandeld. De reeds bekende partners zijn gecontracteerd en er bleek maar weinig ruimte voor nieuwe en/of kleine zorgaanbieders. Ook het Rijk blijft vasthouden aan de gebaande paden. Zo wordt in de verantwoording van gemeenten naar het Rijk nog steeds uitgegaan van 3 separate geldstromen: WMO, Jeugdzorg en Participatiemiddelen. Juist nu blijkt dat gemeenten het zowel inhoudelijk als ook financieel, redelijk tot goed doen, ontstaat er ook ruimte om de transformatie een enorme impuls te geven. In de onwetendheid of de overschotten van 2015 ook van structurele aard zijn of niet, kunnen we die gelden in ieder geval incidenteel gebruiken innovatieve experimenten te starten. Wat mij betreft experimenten die gericht zijn op preventie, het voorkomen of zo lang mogelijk uitstellen van een beroep op de dure zorg. Laten we daar gezamenlijk de mogelijkheden toe zoeken om daadwerkelijke verbeteringen te bewerkstelligen, daar hebben mensen echt wat aan. Laten we daarbij ook bereid zijn om van elkaar te leren, en dan niet alleen van de succesverhalen, maar ok van de missers en fouten die we helaas ook zullen maken.

 

Henk Kosmeijer
Voorzitter LCGW
(Landelijk Contact Gemeentelijk Welzijnsbeleid)

<< June 2016 >>
MonTueWedThuFriSatSun
12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930