LCGW

Mis niet langer het laatste LCGW nieuws

E-mail: *

:

  • nieuwsbrief algemeen
  • nieuwsbrief noord
  • nieuwsbrief oost
  • nieuwsbrief west
  • nieuwsbrief zuid
  • lcgwcongress



14-01-2016 9:00

De Nederlandse verzorgingsstaat is sterk gegroeid vanaf midden jaren zestig tot het einde van de jaren zeventig: sociale verzekeringen, welzijn, zorg en onderwijs. Hierdoor groeide ook het aantal ambtenaren in rijksdienst. In de jaren tachtig bleek dat er veel uitvoerende taken met een plaatselijk karakter beter door de gemeenten uitgevoerd kunnen worden. Zij kregen van het Rijk bevoegdheden en het daarbij horend budget ( decentralisatie), zij het met een bezuiniging . In het verlengde hiervan werden uitvoerende rijkstaken op landelijke schaal ook verzelfstandigd. Zo ontstonden de zogenaamde Zelfstandig Bestuurs Organen ( ZBO ). Deze ZBO’s opereren op totaal verschillende gebieden, bijvoorbeeld het COA ( Centraal Orgaan opvang Asielzoekers ) en het CBR ( Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen ). Dit proces van verzelfstandiging leidde niet tot minder rijksregels. Vandaar dat werk gemaakt moest worden van deregulering en dat is een zaak van lange adem. De behoefte aan minder regels werd al tijden lang ook gevoeld door het particuliere bedrijfsleven.

De leiding van de ZBO’s is in handen van de Raad van Bestuur. De controle op de Raad van Bestuur wordt gevormd door een onafhankelijke Raad van Toezicht, die enkele keren per jaar het gevoerde beleid doorlicht. De motieven om organisaties te verzelfstandigen kwamen voort uit de gedachte dat zij een meer directe relatie met de doelgroep hebben, doelmatiger werken en goedkoper zijn. De praktijk bleek in veel gevallen heel anders te zijn en dat werd telkens aangetoond door de Algemene Rekenkamer. De desbetreffende ministers op de onderhavige terreinen hebben weinig sturingsmogelijkheden om grote fouten te corrigeren. Alleen als er sprake is van een grote puinhoop  in een ZBO betreffende het beleid, de personele situatie aan de top en grote financiële tekorten kan de minister maatregelen nemen.

De tekorten op de Rijksbegroting werden vanaf 2007 groter in verband met de economische crisis. Vandaar dat het kabinet begon  met een inkrimping van het bestand van rijksambtenaren, namelijk 15.000. In drie jaar tijd was minder dan de helft van deze doelstelling gehaald. In het huidige kabinet werd in 2013 besloten om weer een poging te doen om in 2018 die 15.000 banen in te leveren: een taak voor  minister Blok die verantwoordelijk is voor de Reorganisatie Rijksdienst. De Algemene Rekenkamer en het Centraal Planbureau hebben vrij snel laten weten dat deze taakstelling onhaalbaar is. Dat is nu al gebleken, want sinds vijf jaar is het aantal rijksambtenaren nota bene ongeveer hetzelfde gebleven

Bij de start van het huidig kabinet in 2012 was de economische situatie van ons land verder verslechterd, het begrotingstekort aanzienlijk gegroeid en de staatsschuld flink gestegen. Er werd besloten om op verschillende fronten flink te bezuinigen. Met name in het zogenaamde “sociale domein” op gemeentelijke schaal(  werk en inkomen, jeugdhulp en thuiszorg ). De uitgaven op dat terrein waren in de afgelopen tien jaar stormachtig gegroeid. Aangezien die voorzieningen een plaatselijk karakter hebben besloot het kabinet die gelden en bevoegdheden van het rijk over te hevelen naar de gemeenten, een nieuwe ronde van decentralisatie. Met deze overheveling per 1 januari 2015 ging wel een forse bezuiniging gepaard van gemiddeld 30%. Volgens het rijk kunnen de gemeenten deze ingreep wel opvangen omdat zij de plaatselijke behoeften van burgers beter kunnen vaststellen , efficiënter en effectiever dan het rijk werken. Een belangrijk middel hierbij is het voeren van “keukentafelgesprekken”: ambtenaren gaan met de hulpvrager rond de tafel zitten en gaan onderzoeken of deze zelf meer iets kan doen, dan wel een beroep kan doen op familie, vrienden en buren, de zogenaamde mantelzorg. Tevens zal de gemeente samenwerking organiseren tussen directe hulpverleners van de hulpvragers.

Desondanks blijft er een flinke kloof ontstaan tussen het rijksgeld en de mogelijkheden van gemeenten, zorgvragers en de mantelzorg. Het rijk is jaren lang 30% te duur geweest en waarom moeten de gemeenten daarvoor opdraaien ? En waarom komt het rijk nu pas daarmee ? Het ligt gewoon heel anders: de kabinetten  hebben de laatste tien jaar grote tekorten in het sociale domein laten ontstaan en daarvoor moeten de gemeenten boeten. Als doekje voor het bloeden wordt die bezuiniging verpakt in een doorzichtig en te gemakkelijk betoog dat te ver van de werkelijkheid afstaat. In feite geeft de regering een cadeautje aan de gemeenten, maar die moeten dan wel een deel daarvan zelf betalen. In de normale economische praktijk komt het vaak voor dat iemand die een nieuw product wil kopen  dat product met korting verkrijgt. Dat heet dan een kennismakingskorting. In het voorgaande betoog geeft de staat aan de gemeenten ook een kennismakingskorting, maar dan negatief.

Tenslotte: het nieuwe sociale domein bestaat bijna een jaar. De weerstand tegen het forse bezuinigingsbeleid groeit stormachtig: gemeenten, zorginstellingen en de cliënten. Staatssecretaris van Rijn schrikt zich een hoedje. Onlangs trok hij 300 miljoen euro uit om de verslechterde arbeidspositie van thuishulpen te repareren. Is dit een incident of worden andere bezuinigingen ook gedeeltelijk ingetrokken : geeft van Rijn minder pijn ?

 

Hans van Borselen

Publicist Nederlandse verzorgingsstaat

<< January 2016 >>
MonTueWedThuFriSatSun
123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031