LCGW

Mis niet langer het laatste LCGW nieuws

E-mail: *

:

  • nieuwsbrief algemeen
  • nieuwsbrief noord
  • nieuwsbrief oost
  • nieuwsbrief west
  • nieuwsbrief zuid
  • lcgwcongress



17-02-2015 11:46

Bij het uitspreken van de troonrede in 2013 werd in brede kring het begrip participatiesamenleving geïntroduceerd. Het was het startsein voor sociaalwetenschappelijk Nederland om zich te buigen over de vraag of de verzorgingsstaat ten einde was en een nieuw tijdperk, dat van de participatiesamenleving, tot ontwaken kwam. De overheid zou terugtreden uit het sociale leven van haar onderdanen. ‘Mensen moeten weer naar elkaar omkijken en het liefst in sociale verbanden!’ Wordt de verzorgingsstaat dan afgebroken? Dat kunnen we moeilijk beweren als meer dan de helft van alle gemeentebegrotingen gaat naar 15 procent van de inwoners die een hulpvraag heeft. Zij krijgen inkomen, ondersteuning en zorg aangeboden. En niet alleen door de gemeenten. Ook het rijk (langdurige zorg) en verzekeraars (wijkverpleegkundigen) komen voor deze zelfde groep op. In Nederland gaat per jaar ruim 110 miljard euro om in de (langdurige)zorg en inkomensondersteuning. Er wordt dus volop gezocht in Nederland! Een beetje minder- is nog niet meteen ‘geen zorg’. De verzorgingsstaat bestaat dus nog altijd, maar blijkbaar is het begrip sleets geworden. Voor hen die vooral het ‘zuur’ zien, is het begrip participatiesamenleving vooral een ideologisch sausje om te kunnen bezuinigen. Het maakt dat het begrip Participatiesamenleving de laatste jaren een bijsmaak heeft gekregen maar is dat niet terecht?

Nieuw is het begrip participatie zeker niet. In veel kringen werd het introduceren van het begrip participatiesamenleving bij de troonrede daarom ontvangen met instemming. ‘Het kabinet ziet wat zich al langer in de samenleving afspeelt!’ Al jaren is er sprake van een samenspel tussen maatschappelijke organisaties, burgers en instanties met het doel om inwoners met een hulpvraag te helpen zonder het probleem van hen over te nemen. Empowerment of eigen kracht zijn we dat gaan noemen. Dit is zeker niet alleen de taal die door overheden wordt gesproken maar is ook de taal voor veel instanties en maatschappelijke organisaties. Het begrip participatiesamenleving vraagt dus enig respect.

Of die participatiesamenleving echt bestaat, is de vraag. Mensen bepalen dat immers zelf door de onderlinge samenhang. Die sociale verbanden zijn echter niet overal aanwezig of even sterk. De participatiesamenleving bestaat blijkbaar voor sommige meer dan voor anderen. De tegenovergestelde vraag is ook interessant, namelijk of de participatiesamenleving ooit weg is geweest. Want de samenleving heeft altijd bestaan uit een mix van maatschappelijke organisaties, overheid, gefinancierde instellingen en actieve burgers die omkeken naar hun naasten. Maar we zullen op deze plek zeker niet wegredeneren wat er veranderd is de afgelopen jaren.

Wat veranderd is, is de manier waarop de overheid haar inwoners is gaan benaderen. Gemeenten zijn collectief geschoten in de ‘meedenk stand’ als het om de hulpvragen gaat van inwoners en daarbij zijn ze kostenbewust. Het uitgangspunt is dat wat mensen zelf kunnen of zelf kunnen regelen, niet zonder meer de verantwoordelijkheid is van de overheid. Het is zoeken naar een gezonde balans tussen noden en lusten, en het is rolbewust. Overheden nemen geen verantwoordelijkheid over, betuttelen niet, maar lopen ook niet weg voor de feiten en problemen van mensen. Er is daarom zeker geen sprake van een breuk met het verleden. Noch heeft er een revolutie plaatsgevonden in het sociaal domein in Nederland, noch is de verzorgingsstaat afgebroken. Het begrip participatiesamenleving is slechts een herdefinitie van het gedrag van overheden jegens inwoners en dit gedrag is gestoeld op een gezonde betrokkenheid en een balans tussen vraag en aanbod op de zorgmarkt.

Die veranderende overheidsrol zien we overal bij Nederlandse gemeenten ontstaan. In alle gemeenten speelt de vraag hoe om te gaan met die veranderende overheidsrol. Bijvoorbeeld in de gemeente Houten waar ambtenaren zich afvroegen hoe je als ‘persoonlijke overheid’ invulling kan geven aan die nieuwe rol? Ook in het Talentencentrum in Friesland hebben ambtenaren zich deze vragen gesteld. Ook zij hebben een aanpak ontwikkeld waarin sprake is van een gezonde balans tussen hetgeen gevraagd kan worden van een persoon zelf en daar waar iemand zelf niet in staat is om het op te lossen. Bijstandsgerechtigden krijgen een traject om weer actief mee te doen in de maatschappij en daarvoor wordt onder andere sport in gezet. Het gaat immers om ‘meedoen in de samenleving’ en daarvoor zijn geen geijkte paden. Het zijn voorbeelden van gemeenten die het begrip participatiesamenleving weer een positieve lading meegeven en zo smaakt de participatiesamenleving toch ook een beetje zoet ondanks de bezuinigingen. Het gaat in de kern om betrokken overheden en daar is niets op tegen. Wilt u meer weten van deze of andere initiatieven, kom dan ervaring opdoen op het LCGW congres 2015 op 12 en 13 maart.

Victor Ledeboer,

Gemeente Apeldoorn

<< February 2015 >>
MonTueWedThuFriSatSun
1
2345678
9101112131415
16171819202122
232425262728