LCGW

Mis niet langer het laatste LCGW nieuws

E-mail: *

:

  • nieuwsbrief algemeen
  • nieuwsbrief noord
  • nieuwsbrief oost
  • nieuwsbrief west
  • nieuwsbrief zuid
  • lcgwcongress



09-02-2015 16:21

Vanaf 2015 zwaait de gemeente de scepter in het sociale domein. De gemeente Zutphen heeft de zaak op orde. De contracten met de zorgaanbieders zijn getekend. De sociale dienst krijgt extra geld voor Wmo-taken en om mensen mee te laten doen. Met extra budget breidt de gemeente haar eigen capaciteit uit. Als klap op de vuurpijl krijgt het welzijnswerk jaarlijks 3 ton extra.

Maar waar was het eigenlijk allemaal om begonnen, die transities? Een vitale samenleving creëren waarin inwoners naar elkaar omzien en elkaar de helpende hand bieden. In het Zutphense collegeakkoord staat het prominent vooraan: “Niet alles kan de gemeente (meer) doen en zeker niet meer alleen. Dat betekent enerzijds een beroep doen op het zelf organiserend vermogen van Zutphen en anderzijds meer ruimte bieden voor initiatieven die daaruit voortkomen. Het beleidsplan Participatiewet maakt het meer specifiek: “Wij sluiten aan op burgerinitiatieven, …. , en reserveren hiervoor middelen”. Die beleidstaal staat in schril contrast met de werkelijkheid. De gemeente investeert vooral in het bestaande systeem. In de praktijk staat de initiatiefrijke burger niet vooraan, maar is een sluitpost.

Een transitie bereik je niet door meer van hetzelfde. Je moet de kracht van inwoners in stelling brengen. Nog steeds lijkt de gemeente te denken dat burgerinitiatieven wel vanzelf komen. Een financiële impuls is niet nodig. Burgerinitiatieven zijn inderdaad wel gratis, maar niet zonder kosten. Een beetje handgeld is wel zo makkelijk als je met een leuk idee voor je buurt rondloopt. Te veel om uit eigen zak te betalen, dus je begint er niet aan. Je steekt er per slot van rekening al heel wat vrije uurtjes in.

Stel je eens voor dat de gemeente 3 ton beschikbaar maakt voor burgerinitiatieven. Voor mensen die iets willen ondernemen om hun buurt wat beter te maken. Zodat buurtbewoners meer betrokken zijn op elkaar. Buurtgenoten elkaar beter leren kennen en elkaar helpen als het even nodig is. Soms kost het een paar honderd euro, soms een paar duizend. Bijvoorbeeld om de benzine te betalen voor een vrijwillige taxidienst, een zorgcirkel te beginnen, het opzetten van een buurttuin. Met 3 ton kan de gemeente jaarlijks zeker 150 burgerinitiatieven mogelijk maken. Dat zijn drie burgerinitiatieven per week! Hoe zou de stad er dan over een paar jaar uit zien? Dat is pas echt investeren in een vitale samenleving. Zo’n samenleving drijft niet op extra welzijnswerkers, maar op meer gemeenschapszin. Dat kunnen burgers alleen zelf maken.

In 2011 concludeerde De Boer en Van der Lans in hun RMO-essay Burgerkracht dat de burger buitenspel staat. Gemeenten zijn vergroeid met het welzijnswerk. Ze werken vooral met de bestaande instituties aan een betere samenleving. De schrijvers zien de transities als een kans om het welzijnswerk, behalve voor de zeer kwetsbare mensen, bij burgers te beleggen. Daar horen dan ook de gelden naar toe te gaan. Die kans heeft Zutphen gemist.

Lex Hemelaar
Stichting Stadsonderneming Zutphen

09-02-2015 16:34

De nieuwe WMO is geïntroduceerd en we verwachten veel van onze burgers. Bijvoorbeeld bij het opvoeden van kinderen. Daarbij is de gedachte gebruik te maken van maatschappelijke initiatieven die kinderen direct helpen. Of indirect, door het helpen van de ouders. Maar dat idee uitvoeren blijkt geen kinderspel. Want, hoe gaat dat in zijn werk?

Dat ontdekken we in een aantal praktische clinics tijdens het LCGW-congres. Alvast een tipje van de sluier:

Clinic 1: het opvoeden van ouders
Hoe nemen ouders anno 2015 zelf verantwoordelijkheid in de opvoeding van hun kinderen? Daarover gaat de clinic van Katrien Laane. Haar onderneming De OpvoedParty ondersteunt gemeenten en beroepsopvoeders om in gesprek te komen met ouders, die worstelen met opvoedingsvragen.

Een OpvoedParty is een bijeenkomst van ongeveer twee uur, waar in klein gezelschap onder deskundige leiding met elkaar wordt gediscussieerd over één of meerdere opvoedingsthema’s. Doel is ervoor te zorgen dat ouders elkaar ondersteunen waardoor een pedagogisch klimaat ontstaat. De Opvoedparty gaat over een samenspel van eigen kracht, burgerparticipatie, opvoedingsondersteuning en het sociale ondernemerschap.

Clinic 2: het opvoeden van kinderen
Een ander voorbeeld van verbinding, burgerkracht en dialoog is het Engelse ‘Childfriendly Leeds’. Dit initiatief bouwt op de kracht van de jeugd, hun familie, netwerk en maatschappelijke partners. De benadering ‘Restorative Practice’ gaat uit van dialoog en samenwerking. Niet leiden, maar geleid worden. Dat is de nieuwe waarde.

Het gaat er niet alleen om dat kinderen stap voor stap gaan participeren in de wereld van volwassenen en meedoen aan activiteiten, die speciaal voor kinderen georganiseerd worden. Het gaat vooral om de eigen inbreng van kinderen en jongeren. Van spelende kinderen tot tieners die hun sociale leven in de openbare ruimte zoeken.

Andy Lloyd verzorgt in dat kader een clinic tijdens het LCGW Congres. Ze geeft nu leiding aan een proactieve jongerenbeweging die aansluit bij de behoeften van de samenleving. Het verhaal van Leeds is daarom interessant voor onze ontwikkelingen in het sociaal domein. Het is een andere manier van werken en kijken, die ondersteunend is om uit de moeilijke posities te komen.

Congres LCGW 2015
Deze en andere praktische clinics worden gegeven op het LCGW-congres in maart. Na jaren van Haags gedoe mogen gemeenten eindelijk aan de slag met de decentralisaties. Daarom staat het LCGW congres 2015 in dit teken. Laat je inspireren om het totaal anders te gaan doen. Meld je daarom nu aan voor het LCGW-congres, it giet oan!

Michiel Daalmans
 
Lees meer over het congres

<< February 2015 >>
MonTueWedThuFriSatSun
1
2345678
9101112131415
16171819202122
232425262728